Monthly Archives augustus 2011

Vakantiegevoel

Om het vakantiegevoel nog een klein beetje vast te houden hebben we deze week een fles wijn opengeschroefd uit de selectie die we uit Rüdesheim hebben meegenomen en ik moet zeggen het een superwijntje is.

Onze wandelingen voerden o.a. naar de abdij van St. Hildegard en Huà heeft deze en een paar andere flesssen meegedragen in zijn rugzak, helemaal terug naar het hotel, gelukkig was dat bergaf en niet meer zo heel ver. Maar ik ben wel blij dat hij het gedaan heeft, want MeiMei en ik zitten nu gezellig een oude Disneyfilm te kijken onder het genot van een heerlijk glaasje Riesling trocken 2009.

Met 'Goldene Preismünze"

Het was een heerlijk vakantie, daar in Duitsland.

En verder?

Na mijn blog van gisteren zou je misschien denken dat ik in een dipje ben geraakt, of zo. Maar gelukkig is dat echt niet het geval. Op dit moment ben ik aan het wennen aan het gevoel dat ik geen studiestress meer hoef te hebben en dat bevalt me wel goed. Ik heb vandaag mijn spullen en cijfers er nog eens bijgepakt en ik vind dat ik het allemaal goed gedaan heb en dat ik goede cijfers heb gehaald en bovendien staan er bij een paar opdrachten opmerkingen als: “helder geformuleerd” of “goede schrijfstijl”.

Verder heb ik nu weer tijd om aan mijn eigen poëzie te werken, iets dat de afgelopen jaren een beetje op de achtergrond is geraakt en waar toch mijn hart ligt.

En ik heb een heel leuke opdracht gekregen van een uitgeverij, ik heb het verzoek gekregen om een capeje met kabels te breien voor een herfst/winterboek met sjaals en dergelijke dat deze herfst in de boekhandel moet komen te liggen. Ik heb de wol en het patroon toegestuurd gekregen en ben al begonnen. Het is een mooi project dat op dikke pennen gebreid wordt, lekker snel dus! De wol is werkelijk prachtig, lekker zacht en de kleur is heel mooi voor de winter, gelukkig geen grijs of bruin…

Bovendien zorgde het stilzitten van het studeren voor toch wel een paar extra kilo’s, die wil ik er weer af wandelen of fietsen, maar dat gaat op de hometrainer voor de tv. Allemaal dingen die nu weer kunnen zonder dat stemmetje in mijn achterhoofd dat steeds zegt dat ik moet studeren 🙂

Natuurlijk blijven de gewone dingen er ook nog, gezin, familie, school, ik val echt niet in een of ander gat. (Go ask Alice, I think she knows…)

Ik sla me er wel doorheen

Vakmanschap of meesterschap?

Zo’n tien jaar geleden, op 1 april 2001, ben ik begonnen met de opleiding tot tweede graads docent Nederlands. De baan die ik daarvoor had hield op te bestaan en ik wilde na 23 jaar kantoorwerk niet achter de geraniums maar iets heel anders. Ik had me één jaar gegeven om te kijken of ik het iets voor mij zou vinden en na dat jaar wist ik het zeker: ik wilde docent Nederlands worden.

De studie ging me vrij makkelijk af en ik heb niet echt het gevoel gehad dat ik keihard moest werken, ook niet nadat ik in het schooljaar 2002/2003, na mijn eerste stage, meteen een baan had. Ik vond het allemaal geweldig, het lesgeven èn het studeren en natuurlijk het gezin er ook nog bij. Het leek of het me allemaal meer energie gaf dan het kostte.

Eenmaal afgestudeerd had ik natuurlijk meer tijd en die tijd stak ik in lekker wandelen om mijn lijf en leden ook gezond te houden. Maar op een gegeven moment begon het toch een beetje te kriebelen, zou ik niet proberen om eerste graads docent te worden, een Mastergraad halen? Voor mijn school zou het niet nodig zijn, wij hebben alleen eerste en tweede klassen en de leiding stond dus ook niet te juichen, dus formeel geen toestemming en ook geen beurs en geen druk, dacht ik.

Maar wat blijkt? De druk die ik mezelf is zo groot dat het niet leuk meer is, de verdieping wordt alleen een verzwaring.

Tijdens de vakantie heb ik er erg goed over nagedacht en veel met Hua gepraat. Uiteindelijk zijn er wat mij betreft meer redenen om te stoppen dan om door te gaan. Mijn oorspronkelijke afstudeerproject (invloed literatuur op hedendaagse kunst) was afgekeurd en het ‘aangeboden’ project lijkt wel goed, maar is praktisch onuitvoerbaar omdat we op school al bezig zijn met een pilot leesvaardigheid. Op welke manier ik ook naar het project kijk en hoe meer ik erover nadenk, hoe onmogelijker het wordt.

Ik heb het idee dat het project schaven is, terwijl er gehakt moet worden en dat kan en wil ik niet. Vooral niet omdat ik vorig jaar gesolliciteerd heb op de LC-funtie taalbeleid en het niet ben geworden. Twee vlotte jonge meiden hebben er een duo-baan in gevonden en ik vind dat zij de problemen die er bij ons op dit gebied zijn zelf moeten aanpakken, ik heb geen zin om daar mijn energie, tijd en geld in te steken.

Bovendien zou ik me nog een keer in Taalkunde en boomstructuren moeten verdiepen, iets waar ik verder nooit meer iets aan zou hebben. Ik vind het echt heel interessant, ik probeer ook echt bij te blijven met alles wat er op taalgebied gebeurt, maar ik wil er niet meer voor in de examenstress zitten, ik wil helemaal geen examens meer doen.

Een andere reden om te stoppen is ook dat we als team volgend jaar een ‘communicatie’-training krijgen, een soort teambuilding en het belooft heel intensief te worden. Tijd om echt onderzoek te doen wordt volgens mij ook volgend jaar weer schaars en dat gevoegd bij het feit dat ik dan toch een ander onderzoek zou willen doen…

Ik weet dat ik een goede docent ben, ik hou het dus maar bij vakmanschap en heb besloten me niet meer aan te melden voor het volgende collegejaar.

Het voelt als opluchting 🙂

Terug

de Denker van Rodin

Na ongeveer zes uur in de trein zitten, zijn we gisteravond rond 11.00 uur weer thuis aangekomen.

De Thalys vertrok om 16.30 uur en daardoor hadden we ’s morgens nog tijd genoeg om rustig te ontbijten, de koffers in de wachtruimte te stallen en naar de het Rodinmuseum te gaan. Daar is ook werk te zien van de geniale Camille Claudel, dat ik veel aangrijpender vind. De beeldentuin is prachtig en omdat we er zo vroeg waren, hebben we alles rustig kunnen bekijken.

En daarna de koffers ophalen en naar Gare du Nord om daar op de trein te stappen richting huis.

Nog maar één weekje en dan is de vakantie voorbij 🙁

 

 

 

Kinderhoofdje van Camille Claudet

Randgebeuren (bijdrage Hua)

Jigoro Kano

De laatste dagen hebben we genoten van judo in de zaal, maar op zo’n WK is er altijd ook het randgebeuren. Ook in Bercy was er voldoende randgebeuren te beleven, al gebied de eerlijkheid mij te zeggen dat tijdens het WK 2009 in Rotterdam het uitvoeriger was. Maar ja, in Bercy heb je alleen de omloop, al is zo’n rondje ruim 500 meter. Zoals het Fransen betaamt was de catering prima geregeld. om de 20 meter een etenstandje. Dus honger en dorst hoefden we niet te lijden. Niet anders dan pijn in de portemonnee, want de prijzen waren pittig. Na de eerste dag hadden we in de gaten dat meegebrachte etenswaren niet, zoals bij de Spelen in Beijing, in een vuilnisbank hoefden te worden gegooid. Dus ben ik direct naar zo’n klein kruidenierswinkeltje bij ons hotel in de buurt gegaan om grote flessen water, koekjes, chips en cola te halen. Los van de boodschappen kun je er ook een praatje maken (in het Frans, dat wel). Maar ja, we redden ons daar aardig mee. Tijdens één van die boodschapjes kwam er een slecht lopende man binnen, die het ook erg duur vond in Bercy. Na wat heen en weer gepraat bleek het een Belgische cascadeur (stuntman) in ruste te zijn.

Piramide van judopakken

Enfin…terug naar Bercy. In La Village, waar alle grote merken met judopakken, shirts, etc. vertegenwoordigd zijn, hebben MeiMei en ik goed ingekocht. Zij een nieuw Adidasshirt in Franse kleuren en ik wat banden (een zwarte en DVD). Ook mijn lijfblad (L’esprit du Judo) stond er en ook daar hebben we lekker gekletst met een aardige mevrouw.

Voor het goede doel waren er ook wat initiatieven zoals de piramide van judopakken om in ontwikkelingslanden uit te delen of voor geld te veilen (zoals het pak van Ruben Houkes wereldkampioen 2007). Maar ook aan Japan werd gedacht door verschillende initiatieven. Een daarvan was een stand met Franse Japanners die voor een donatie je voornaam kalligrafeerden. Mooi was ook de “pin”-verzameling van alle Olympische spelen, WK’s, Grand Prix, Franse verenigingen en Nationale Bonden.

Kortom ook buiten de mat hebben we genoten van al het fraais, zoals de grafity muur met het portret van Jigoro Kano.

Voornaam in het Japans

Thuisfluiter

Het voetbal heeft de mooie term ‘thuisfluiter’ opgeleverd, een scheidsrechter die vooral de thuisspelende club bevoordeelt, hetgeen vaak gênante situaties oplevert. Vandaag hebben we heel duidelijk gezien dat dit fenomeen zich niet alleen tot voetballen beperkt, maar dat het ook is doorgedrongen tot het judoën, jammer.

Edith Bos stond in de finale tegen de Française Decosse en het werd een partijtje anti-judo, allebei ontweken ze het gevecht en het werd vooral een strijd om de pakking. Het is aan de scheidsrechter om de partijen te manen tot activiteit door middel van ‘shido’s’, een soort strafpunten. Als beide partijen geen echte acties ondernemen moeten dus beide judoka’s gestraft worden.

Iedereen die de wedstrijd heeft gezien, zal het met me eens zijn dat het tot een Golden Score had moeten komen en dat dan de beslissing wel was gevallen, letterlijk, door een echte actie die een Ippon (vol punt) had opgeleverd.

De droomfinale van Edith is uiteengespat als een zeepbel 🙁

Morgen weer kansen voor Nederland, maar wij hebben geen kaartjes en gaan o.a. de beeldentuin van Rodin bekijken.

En dat is twee (bijdrage Hua)

Gisteren gingen we tevreden naar huis na het zilver van Dex Elmont. Vandaag was zijn grote broer, Guillaume aan de beurt.  Nu heeft Guillaume net twee zware blessures achter de rug, waardoor hij in de ranking is gezakt. De laatste blessure aan de hamstring is nog niet helemaal over, dus alles wat hij won vandaag waren extra punten voor de ranking. Het toeval wilde dat zijn ouders vandaag naast ons zaten, maar ook voor hun was het geen plezierige dag. Wij hopen dat Guillaume de komende toernooien voldoende punten kan pakken voor Olympische kwalificatie.

Onze andere twee deelnemers Elizabeth Williboordse en Anicka van Emden gingen goed, zo goed dat ze elkaar om de derde plek troffen. De resp. nummers één en twee waren te sterk. De nummer één Emane, een Francaise, had duidelijk thuis voordeel. Ik las vanmorgen in de “20 minutes”, de Franse “De Pers”, voor in de metro dat er lichte paniek was in het land. Ze hadden in twee dagen pas 1 bronzen plak. Én het publiek was te rustig. Ze moesten hun compatriots harder aanmoedigen. Ze zijn wat “chauvi”  die Fransen.  Vandaag deden ze hun best het loeide, floot en riep om straffen voor de buitenlandse tegenstander. Bijna nog erger dan Amerikanen. En daar hebben we ook voldoende verhalen over geschreven. Als neutrale toeschouwer ga je haast hopen dat de Fransen niks winnen.

Groeten uit Holland

Het leuke van judo in het buitenland is dat je zo af en toe wat Nederlandse souveniers weg kunt geven. We hadden ons voorbereid, maar de uitruil hier is minder uitbundig dan tijden de OS. Enfin, eergisteren hebben we de ingangbewaker van ons vak zo’n souvenier gegeven. Het voordeel daarvan is dat je daarna je kaartje niet iedere keer hoeft te laten zien. Maar het is ook een aardige Fransman. Vanmorgen stond hij ergens anders, maar zagen we hem en hebben we hem, zoals Fransen dat doen de hand geschud en “bonjour, ca vat” gewenst. En hij wenste ons vanavond een “bon soir et  a demain”.  Verder zijn wij Braziliaanse sleutelhangers en een Japans vlaggetje rijker, wij blij en de Braziliaanse meisjes, die reclame aan het maken voor de WK 2012 en het Japanse meisje dat de vlaggetjes uitdeelde (aan haar landgenoten) waren ook blij verrast met de Delfts blauwe telefoonhangertjes.

Wij proberen te integreren. Zo ook bij het ontbijt als ons kamernummer wordt gevraagd, dan antwoorden wij netjes in ons beste Frans “Quatre cent huit” . Nu is er een groep Hollandais in ons hotel die denkt als ze het maar harder zeggen in het Nederlands dat de mevrouw achter het buffet het dan wel begrijpt. Tja…. er zijn meer opties. Kamersleutel laten zien of anders het boekje erbij en even tot tien leren tellen, want quatre zero huit is ook duidelijk.

Vanavond hebben we het gemakkelijk gedaan door bij Pizza Pino, een keten, te eten. Dit keer gingen we voor de pasta’s. Heerlijk. De ober vroeg in welke taal we wilden praten. Natuurlijk in het Frans, want nu we er zijn moeten we dat weer even bijspijkeren. Overigens hebben we bij Fnac de grootste boekhandel die we konden vinden ruim ingekocht, dus ons Frans zal een aardige oppepper krijgen.

Morgen is alweer onze laatste judodag. En dan hopen we in ieder geval medaille nummer drie te kunnen scoren. Ook hopen we morgen nog wat kaarten voor zaterdag te scoren en anders moeten we het met internet doen.

“Bon nuit et a demain”

En dat is één

Dex Elmond heeft voor de eerste medaille voor Nederland gezorgd, helaas geen goud, maar zilver is ook mooi.

Wij zaten vandaag iets hoger op de tribune, maar de plaatsen waren voor ons veel specialer, we zaten namelijk net voor de ouders en de vriendin van Dex en gezamenlijk hebben wij hem toegeschreeuwd. Af en toe kwam zijn broer, Guillaume hem ook even aanmoedigen en het is natuurlijk heel erg fantastisch om zijn commentaar op de partijen van zijn broer te horen, kortom, het was een hele belevenis.

Op de weg naar de medaille heeft Dex nog korte metten gemaakt met twee andere favorieten van ons, namelijk Antonio Rivas uit Venezuela en Dirk van Tichelt uit België. Eigenlijk was dit onze gewenste top drie, met Dex op één, natuurlijk! Tot groot verdriet van de Fransen hielp hij ook hun favoriet van het ere-schavot, de scheidsrechters lieten zich niet afleiden door het thuispubliek, maar kozen bij het opsteken van de vlaggetjes unaniem voor de beste, Dex, dus. Deze partij was na de golden score nog onbeslist en dan moeten de drie scheidsrechters uitsluitsel geven, altijd spannend.

Kortom, het was een enerverend dagje dat we hebben afgesloten met de heerlijke mosselen van Leon, we waren te moe om een ander restaurantje te zoeken.

Morgen hebben we drie kanshebbers, maar met de Japanners, die tot nu toe al vijf keer goud hebben, moeten we goed rekening houden.

A demain!

Familie-uitje

WK 2011 in Stade de Bercy

Hier in Parijs geniet het Judo-gedeelte van de familie van de WK. We zitten de poules te bekijken, moedigen onze favorieten aan en proberen uitslagen te voorspellen. Tijdens de pauze lopen we door het WK-dorp en bekijken de aanbieden en eten of drinken iets, daarna zoeken we onze plaatsen op de tribune weer op en dat gaat al jaren prima. Niet alleen bij WK’s maar ook bij de Olympische Spelen gaat dat goed.

dichtij de mat

 

 

Vandaag was de eerste dag en tot ons grote geluk hadden we plaatsen dicht bij de mat en we kunnen alles goed zien en horen, we hebben alles uit de eerste hand, dat is toch leuker dan alles te volgen op de grote beeldschermen die er ook hangen.

We hebben onze Nederlanders er al in de voorronde uit zien vliegen, maar gelukkig bleef er genoeg mooi ander judo over om van te genieten. Helaas zat er voor ons en naast ons een complete familie met vader, moeder, ooms, tantes en vooral met kinderen. Natuurlijk zijn kinderen heel leuk en van mij mogen ze allemaal op judoles, maar een hele dag judo kijken? Doe maar niet, ze kijken toch niet en ze willen allemaal andere dingen zodat je weer van je plaats af moet. Bovendien gaan ze staan zodat ze het uitzicht van andere toeschouwers belemmeren zodat die zich moeten behelpen met die grote schermen.

Beroepshalve corrigeer ik wel vaker kinderen, maar dat zijn meestal oudere kinderen. Vandaag heb ik een meisje van amper zes gevraagd of ze alsjeblieft wilde blijven zitten, want mama, oma, papa en de rest deden dat niet. Even later corrigeerden mijn buren haar broertje. Zo’n uitgebreide familie kan vast wel oppas regelen, lijkt mij.

Even uitpuffen na een dagje judo

Ons familie-uitje eindigde bij de pizzaria, we vinden alledrie de Franse pizza’s veel lekkerder dan de Nederlandse.

Morgen is er maar een Nederlandse deelnemer, maar Dex Elmond is een kanshebber, hopelijk maakt hij het waar.

Hebben we dit echt nodig?

Shoppen, best leuk, maar ik houd niet zo van echt grote steden. Geef mij maar iets overzichtelijks en het liefst iets met een gezellig centrum waar je rond de kerk of op het plein een plekje kunt vinden om een koffie of een wijntje te drinken en mensen te bekijken. Maar we zitten in Parijs en we hebben MeiMei bij ons, dus er werd GROOT gedacht, we hebben Tommy H, Marc J en nog een paar van die handige jongens met een bezoek vereerd en natuurlijk zijn we ook naar de grote warenhuizen Printemps en Lafayette geweest.

Nu is Parijs als je 19 en slank bent een soort paradijs op aarde, maar voor mij valt er weinig te halen, de maten zijn zo dat het of helemaal niet, niet of net niet past, en dat het echt niet te groot is. Maar 19 en slank is goed geslaagd: winterschoenen, jas, rokje, parfum en nog meer. Hua heeft zelfs nog een prachtige wintertrui gekocht bij Tommy Hilfiger.

Mijn aankopen zijn van heel andere aard en vallen onder de noemer: Hebben we dit nu echt nodig? Want ik heb suikerklontjes in de vorm van engeltjes gekocht voor de kerst en ik heb een kaasrasp in de vorm van de Eiffeltoren.

Ik geef het toe, niet nodig, maar wel leuk 🙂